Informatie over het woord distriĝema

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingdistr·iĝ·em·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefdistriĝemadistriĝemaj
Accusatiefdistriĝemandistriĝemajn

Vertalingen

Duitszerstreut
Engelsabsent‐minded; abstracted; inattentive
Nederlandsverstrooid