Informatie over het woord peuter (Nederlands → Esperanto: etulo)

Uitspraak/ˈpøtər/
Afbrekingpeu·ter
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudpeuters

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
peutertjepeutertjes

Voorbeelden van gebruik

Toen de vorige kwam, was ik nog maar een peuter.
De peuter kan er niet tegen wanneer men boos op hem is.

Vertalingen

Afrikaanskleuter
DuitsKleiner; Knirps
Engelstoddler
Esperantoetulo
Fransbambin
Poolsmalec
Portugeespetix
Westerlauwers Friesbeuker; hummel
Zweedskoltbarn