Informatie over het woord behoeven (Nederlands → Esperanto: bezoni)

Uitspraak/bəˈɦuvə(n)/
Afbrekingbe·hoe·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) behoef(ik) behoefde
(jij) behoeft(jij) behoefde
(hij) behoeft(hij) behoefde
(wij) behoeven(wij) behoefden
(gij) behoeft(gij) behoefdet
(zij) behoeven(zij) behoefden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) behoeve(dat ik) behoefde
(dat jij) behoeve(dat jij) behoefde
(dat hij) behoeve(dat hij) behoefde
(dat wij) behoeven(dat wij) behoefden
(dat gij) behoevet(dat gij) behoefdet
(dat zij) behoeven(dat zij) behoefden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
behoevend, behoevende(hebben) behoefd

Voorbeelden van gebruik

Ik behoef hem niet te hebben.
Op hem behoeven wij niet te wachten.
Een god behoeft offers.
Ik geloof niet dat we nog langer bevreesd behoeven te zijn voor de schorpioenen.
Je gedrag behoeft overduidelijk enige correctie.

Vertalingen

Afrikaansbehoef; hoef; nodig hê
Catalaansnecessitar
Deensbehøve; kræve; trænge til
Duitsbedürfen; benötigen; brauchen; müssen; nötig haben
Engelsneed; require; want
Engels (Oudengels)þurfan
Esperantobezoni
Faeröershava fyri neyðini; nýtast; tørva
Finstarvita
Fransavoir à; avoir besoin de; réclamer; requérir
Hongaarsigényel
Italiaansabbisognare; aver bisogno di
Latijnrequirere
Luxemburgsbrauchen
Maleisperlu
Papiamentsmesté; mester
Poolspotrzebować
Portugeesnecessitar; precisar; ter necessidade de; ter precisão de
Russischнуждаться
Saterfriesbenöödigje; bruuke; nöödich hääbe
Spaansnecesitar
Thaisต้องการ
Zweedsbehöva