Informatie over het woord kluit (Nederlands → Esperanto: bulo)

Uitspraak/klœʏ̯t/
Afbrekingkluit
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Vertalingen

Afrikaanspokkel; klont
Catalaansbola; terròs
DuitsBallen; Kloß; Klumpen; Knäuel; Knödel; Kugel
Engelsclod; lump
Esperantobulo
Faeröersklunkur
Finskimpale
Fransboule
Poolsbryła
Portugeesbola; torrão
Russischком
SaterfriesHumpen; Klüüte; Kluutkene; Knuust; Knuuwe
Spaansbola; terrón