Informatie over het woord gezag (Nederlands → Esperanto: aŭtoritato)

Uitspraak/ɣəˈzɑx/
Afbrekingge·zag
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig

Vertalingen

Afrikaansgesag
Catalaansautoritat
Deensautoritet
DuitsAutorität; Gewalt; Gewicht; Herrschaft; Machtbefugnis
Engelsauthority
Esperantoaŭtoritato
Faeröersmyndugleiki
Finsarvovalta
Fransautorité
Italiaansautorità
Noorsmyndighet
Papiamentsoutoridat
Portugeesautoridade; competência
Roemeensautoridade
SaterfriesAutorität; Gewalt
Spaansautoridad
Thaisจำนาจ