Informatie over het woord cord (Engels → Esperanto: ŝnuro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/kɔːd/
Afbrekingcord
Shaw‐alfabet𐑒𐑹𐑛
Meervoudcords

Vertalingen

Afrikaanskoord
Catalaanscorda
Deensreb; snor
DuitsLeine; Schnur; Strang
Engels (Oudengels)rap
Esperantoŝnuro
Faeröersband
Finsköysi
Franscorde
Hawaiaanskaula; kāwelewele
Hongaarskötél
IJslandstaug
Jiddischשטריק
Latijnceruchus; funis; chorda
LuxemburgsSeel
Maleistali; tampar
Nederlandskoord; lijn; snoer; touw
Noorsreip; tau; rep
Papiamentskabuya; liña
Poolssznur
Portugeescorda
Russischверевка; верёвка
SaterfriesBeend; Liene; Roop; Seel; Snuur; Strange
Schots-Gaelischròpa
Spaanscuerda
Sranantitey
Swahiliuzi
Thaisเชือก
Tsjechischlano; provaz
Welsrhaff
Westerlauwers Friestou
Zweedslina; rep; sladd; snodd; snöre; streck