Informatie over het woord Bein (Duits → Esperanto: kruro)

Uitspraak/baɪn/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefBeinBeine
GenitiefBeins, BeinesBeine
DatiefBein, BeineBeinen
AccusatiefBeinBeine

Voorbeelden van gebruik

Ich merkte, daß meine Beine eingeschlafen waren.

Vertalingen

Afrikaansbeen; poot
Albaneeskëmbë
Berbersaqejjar (ⴰⵇⴻⵊⵊⴰⵔ)
Catalaanscama; petge; pota
Deensben
Engelsleg
Esperantokruro
Faeröersbein; langleggur
Finssääri
Fransjambe
Hawaiaanswāwae
Hongaarslábszár
IJslandsleggur
Italiaansgamba
Latijncrus
LuxemburgsBeen
Maleiskaki; telapak kaki
Nederlandsbeen; poot
Noorsben; bein
Poolsnoga
Portugeesperna
Russischголень; нога
SaterfriesBeen; Poote; Schiene; Skiene
Schots-Gaelischcas
Spaansmiembro inferior; pierna
Srananfutu
Swahilimguu
Thaisขา
Tsjechischnoha
Turksbacak
Westerlauwers Friesskonk
Zweedsben