Informatie over het woord wapen (Nederlands → Esperanto: armilo)

Uitspraak/ˈʋapə(n)/
Afbrekingwa·pen
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudwapens, wapenen

Voorbeelden van gebruik

Ze legden hun wapens neer en gaven zich over.
Hebben jullie wapens?
Tevergeefs greep men naar de wapenen.
Ik droeg mijn revolver niet bij me, omdat ik dacht het wapen niet nodig te hebben.
Het is riskant om hier wapens te gebruiken.

Vertalingen

Afrikaanswapen
Catalaansarma
Deensvåben
DuitsWaffe
Engelsweapon
Engels (Oudengels)wæpen
Esperantoarmilo; batalilo
Fransarme
Grieksόπλο
Hongaarsfegyver
IJslandsvopn
Italiaansarma
Latijnarma
Portugeesarma
Russischоружие
Spaansarma
Tsjechischzbraň
Turkssilah
Zweedsvapen