Informatie over het woord vechten (Nederlands → Esperanto: batali)

Uitspraak/ˈvɛxtə(n)/
Afbrekingvech·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vecht(ik) vocht
(jij) vecht(jij) vocht
(hij) vecht(hij) vocht
(wij) vechten(wij) vochten
(gij) vecht(gij) vocht
(zij) vechten(zij) vochten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vechte(dat ik) vochte
(dat jij) vechte(dat jij) vochte
(dat hij) vechte(dat hij) vochte
(dat wij) vechten(dat wij) vochten
(dat gij) vechtet(dat gij) vochtet
(dat zij) vechten(dat zij) vochten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vechtvecht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vechtend, vechtende(hebben) gevochten

Voorbeelden van gebruik

Maar zelfs wie van vrede houdt, zal moeten leren vechten.
Ik vecht niet meer voor hem.
Overal werd nu gevochten.
Die vechten alleen als ze geld krijgen.
Tienduizend krijgers zouden zich vechtend nog geen weg naar de vrijheid kunnen banen.
Ze gehoorzaamden jouw bevelen, maar ze vochten voor mij.

Vertalingen

Afrikaansstry; veg
Albaneesluftoj
Catalaansbatallar
Deenskæmpe; slås
Duitskämpfen; streiten
Engelsbattle; contend; fight
Engels (Oudengels)fehtan; winnan
Esperantobatali
Faeröersberjast
Finstaistella
Fransbatailler; combattre; luter
Grieksαγωνίζομαι
Hongaarsharcol; kűzd; verekszik
IJslandsslást
Jiddischקעמפֿן
Latijnbattuere; dimicare; fendere; pugnare; luctare
Luxemburgsstreiden
Maleisberkelahi; kelahi; lawan
Noorsslåss
Papiamentsbringa
Poolswalczyć
Portugeesbatalhar; brigar; combater; guerrear; lidar; lutar; pelejar
Russischбороться
Saterfrieskämpfje; kampje
Schots-Gaelischsabaid
Spaansbatallar; combatir
Srananstreyfeti
Thaisต่อสู้
Tsjechischbojovat
Westerlauwers Friesfjochtsje
Zweedskämpa; slåss; strida