Informatie over het woord jachten (Nederlands → Esperanto: urĝi)

Uitspraak/ˈjaxtə(n)/
Afbrekingjach·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) jacht(ik) jachtte
(jij) jacht(jij) jachtte
(hij) jacht(hij) jachtte
(wij) jachten(wij) jachtten
(gij) jacht(gij) jachttet
(zij) jachten(zij) jachtten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) jachte(dat ik) jachtte
(dat jij) jachte(dat jij) jachtte
(dat hij) jachte(dat hij) jachtte
(dat wij) jachten(dat wij) jachtten
(dat gij) jachtet(dat gij) jachttet
(dat zij) jachten(dat zij) jachtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
jachtjacht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
jachtend, jachtende(hebben) gejacht

Vertalingen

Catalaansapressar; ésser urgent
Duitsdrängen; pressieren
Engelshurry
Esperantourĝi
Faeröersskunda
Fransêtre urgent; presser
Poolsbyć pilnym; ponaglać
Portugeesapressar; atropelar; instar
Roemeensgrăbi
Saterfriespressierje; tringe
Spaansapremiar; urgir
Westerlauwers Frieskringe