Informatie over het woord vinden (Nederlands → Esperanto: trovi)

Uitspraak/ˈvɪndə(n)/
Afbrekingvin·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vind(ik) vond
(jij) vindt(jij) vond
(hij) vindt(hij) vond
(wij) vinden(wij) vonden
(gij) vindt(gij) vondt
(zij) vinden(zij) vonden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vinde(dat ik) vonde
(dat jij) vinde(dat jij) vonde
(dat hij) vinde(dat hij) vonde
(dat wij) vinden(dat wij) vonden
(dat gij) vindet(dat gij) vondet
(dat zij) vinden(dat zij) vonden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vindvindt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vindend, vindende(hebben) gevonden

Voorbeelden van gebruik

Ook die waren niet te vinden.
Weet je dat ik het niet de moeite waard vind om nog langer te kijken?
Ze vonden haar niet.
Hoe vind je mijn taart?
En alle schelpen die het vindt, gaan blinken als ik lach.
Hoe ver hadt ge gelopen van de kust toen ge ons vondt?
En ze hebben niets gevonden?
Hun huis in Essex was al verkocht en ze moesten dus wel gauw een huis vinden.
11 andere lichamen werden gevonden in Novorossijsk en Gelendžik.

Vertalingen

Afrikaansbevind; vind; aantref
Albaneesgjej
Catalaanstrobar
Deensfinde
Duitsbefinden; ermitteln; finden
Engelsfind; strike
Engels (Oudengels)findan; gemetan; metan
Esperantotrovi
Faeröersfinna
Finslöytää
Franstrouver
Hongaarstalál
IJslandsfinna
Italiaanstrovare
Latijnreperire
Luxemburgsfannen
Noorsfinne
Papiamentshaña; haya
Poolsznaleźć
Portugeesachar; asceitar; deparar; encontrar
Roemeensgăsi
Russischнайти; находить
Saterfriesanträffe; befiende; fiende; träffe
Schots-Gaelischfaigh
Spaansencontrar; hallar
Srananfeni
Tsjechischnacházet; najít; nalézat; nalézt; shledat
Turksbulmak
Westerlauwers Friesfine
Zweedsfinna; hitta; upphitta