Informatie over het woord cause (Engels → Esperanto: okazigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/kɔːz/
Afbrekingcause
Shaw‐alfabet𐑒𐑷𐑟

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) cause(I) caused
(thou) causest(thou) causedst
(he) causes, causeth(he) caused
(we) cause(we) caused
(you) cause(you) caused
(they) cause(they) caused
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) cause (I) caused
(thou) cause(thou) caused
(he) cause(he) caused
(we) cause(we) caused
(you) cause(you) caused
(they) cause(they) caused
Gebiedende wijs
cause
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
causingcaused

Vertalingen

Afrikaansbelê; beleg
Duitshervorrufen
Esperantookazigi
Finsaiheuttaa
Franscauser; procurer; situer
Nederlandsbeleggen; houden; teweegbrengen; uitschrijven
Portugeescausar
Saterfriesferuurseekje
Spaansdar lugar a; ocasionar
Tsjechischvyvolat; způsobit
Westerlauwers Frieshâlde