Informo pri la vorto verschepen (nederlanda → esperanto: transŝipigi)

Prononco/vərˈsxepə(n)/
Dividover·sche·pen
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) verscheep(ik) verscheepte
(jij) verscheept(jij) verscheepte
(hij) verscheept(hij) verscheepte
(wij) verschepen(wij) verscheepten
(gij) verscheept(gij) verscheeptet
(zij) verschepen(zij) verscheepten
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) verschepe(dat ik) verscheepte
(dat jij) verschepe(dat jij) verscheepte
(dat hij) verschepe(dat hij) verscheepte
(dat wij) verschepen(dat wij) verscheepten
(dat gij) verschepet(dat gij) verscheeptet
(dat zij) verschepen(dat zij) verscheepten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
verscheepverscheept
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
verschepend, verschepende(hebben) verscheept

Uzekzemploj

Er worden er de eerste tijd geen verscheept.
Men kan het toestel verschepen of het op eigen kracht naar het oord van bestemming vliegen.

Tradukoj

esperantotransŝipigi; ekspedi per ŝipo