Informatie over het woord beschroomdheid (Nederlands → Esperanto: timemo)

Uitspraak/bəˈsxromtɦɛɪ̯t/
Afbrekingbe·schroomd·heid
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Voorbeelden van gebruik

Ik had langzamerhand moed gevat, en bij deze minzame toespraak was mijn beschroomdheid geheel geweken.

Vertalingen

DuitsBlödigkeit
Engelstimidity
Esperantotimemo
Italiaanspaura; timore
Portugeestimidez