Informo pri la vorto opzuigen (nederlanda → esperanto: suĉi)

Prononco/ˈɔpsœʏ̯ɣə(n)/
Dividoop·zui·gen
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) zuig op(ik) zoog op
(jij) zuigt op(jij) zoog op
(hij) zuigt op(hij) zoog op
(wij) zuigen op(wij) zogen op
(gij) zuigt op(gij) zoogt op
(zij) zuigen op(zij) zogen op
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) opzuige(dat ik) opzoge
(dat jij) opzuige(dat jij) opzoge
(dat hij) opzuige(dat hij) opzoge
(dat wij) opzuigen(dat wij) opzogen
(dat gij) opzuiget(dat gij) opzoget
(dat zij) opzuigen(dat zij) opzogen
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
zuig opzuigt op
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
opzuigend, opzuigende(hebben) opgezogen

Tradukoj

anglasuck
ĉeĥacucat; sát
danasuge
esperantosuĉi
feroasúgva
finnaimeä
francasucer
germanalutschen; saugen
hispanachupar
italasucchiare
jidaזויגן
katalunamamar; xuclar
latinosugere
luksemburgiasuckelen
malajaisap … mengisap; hisap; menghisap
norvegasuge
okcidenta frizonasûgje; sûchje
papiamentochupa
polassać
portugalachupar; libar; mamar; sugar
rusaсосать
saterlanda frizonasaabje; suge
skota gaelasùigh
surinamabobi; popo; soygi; soigi
svedasuga
tajaดูด