Informatie over het woord aandrijven (Nederlands → Esperanto: surbordiĝi)

Uitspraak/ˈandrɛivə(n)/
Afbrekingaan·drij·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) drijf aan(ik) dreef aan
(jij) drijft aan(jij) dreef aan
(hij) drijft aan(hij) dreef aan
(wij) drijven aan(wij) dreven aan
(gij) drijft aan(gij) dreeft aan
(zij) drijven aan(zij) dreven aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aandrijve(dat ik) aandreve
(dat jij) aandrijve(dat jij) aandreve
(dat hij) aandrijve(dat hij) aandreve
(dat wij) aandrijven(dat wij) aandreven
(dat gij) aandrijvet(dat gij) aandrevet
(dat zij) aandrijven(dat zij) aandreven
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aandrijvend, aandrijvende(zijn) aangedreven

Vertalingen

Afrikaansaan wal gaan
Duitsan Land gehen; ans Ufer klettern; das Festland betreten; seinen Fuß ans Ufer setzen
Engelsbe washed ashore
Esperantosurbordiĝi
Spaansser arrojado a la playa