Informatie over het woord burn (Engels → Esperanto: ekbruli)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bɜːn/
Afbrekingburn
Shaw‐alfabet𐑚𐑻𐑯

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) burn(I) burned, burnt
(thou) burnest(thou) burnedst, burntst, burntest
(he) burns, burneth(he) burned, burnt
(we) burn(we) burned, burnt
(you) burn(you) burned, burnt
(they) burn(they) burned, burnt
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) burn (I) burned, burnt
(thou) burn(thou) burned, burnt
(he) burn(he) burned, burnt
(we) burn(we) burned, burnt
(you) burn(you) burned, burnt
(they) burn(they) burned, burnt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
burningburned, burnt

Vertalingen

Duitsentbrennen; in Brand geraten
Esperantoekbruli
Franss’allumer
Nederlandsaangaan
Portugeescomeçar a queimar
Saterfriestunderje
Westerlauwers Friesoangean