Informatie over het woord burn (Engels → Esperanto: bruligi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bɜːn/
Afbrekingburn
Shaw‐alfabet𐑚𐑻𐑯

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) burn(I) burned, burnt
(thou) burnest(thou) burnedst, burntst, burntest
(he) burns, burneth(he) burned, burnt
(we) burn(we) burned, burnt
(you) burn(you) burned, burnt
(they) burn(they) burned, burnt
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) burn (I) burned, burnt
(thou) burn(thou) burned, burnt
(he) burn(he) burned, burnt
(we) burn(we) burned, burnt
(you) burn(you) burned, burnt
(they) burn(they) burned, burnt
Gebiedende wijs
burn
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
burningburned, burnt

Voorbeelden van gebruik

Go, before I speak a spell to burn you with fire.
Wildfires have burned 115,000 acres in California.

Vertalingen

Afrikaansverbrand
Duitsanfachen; anzünden; brennen lassen
Esperantobruligi; ekflamigi
Faeröersfesta í; seta eld á
Hawaiaanspuhi
Italiaansbruciare
Maleismembakar
Nederlandsbranden; verbranden
Portugeesincendiar; incinerar; queimar
Saterfriesferbaadenje
Spaansquemar
Tsjechischspálit; upálit