Informatie over het woord brui

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingbru·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdbruas
Verleden tijdbruis
Toekomende tijdbruos
 
Voorwaardelijke wijs
bruus
 
Gebiedende wijs
bruu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdbruanta
Verleden tijdbruinta
Toekomende tijdbruonta

Vertalingen

Catalaansfer soroll
Duitsbrausen; Geräusch hervorbringen; Geräusch machen; lärmen
Engelsmake a noise
Faeröersduna; halda gang
Finsmeluta
Fransfaire du bruit
Hongaarshangoskodik; lármáz; zajong
Nederlandsaangaan; denderen; lawaai maken; leven maken; rommelen; rumoeren; herrie maken
Poolshałasować
Portugeesfarfalhar; fazer barulho
Russischшуметь
Saterfriesallaarmje; balskje; broaskje; bruusje; halaamje; karjöölje; rummelnasje; ruumoorje; schändoalje; skändoalje; späktoakelje
Zweedsbullra; larma; ramla