Informatie over het woord aanvaller (Nederlands → Esperanto: atakanto)

Uitspraak/ˈanvɑlər/
Afbrekingaan·val·ler
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudaanvallers

Voorbeelden van gebruik

De beide andere waren wel opgestegen en hadden drie aanvallers neergehaald.
De aanvallers moesten zich vrijdag terugtrekken uit de stad toen ze zwaar onder vuur kwamen te liggen.
Nu waren er vele aanvallers om hen heen.

Vertalingen

Afrikaansaanvaller
DuitsAngreifer
Engelsaggressor; assailant; attacker
Esperantoatakanto
Fransattaquant
Italiaansaggressore; assalitore
Papiamentsagresor; atakadó
Portugeesagressor; assaltante; atacante
Spaansagresor; atacador
Tsjechischútočník
Westerlauwers Friesoanfaller
Zweedsangripare