Informatie over het woord famulus (Nederlands → Esperanto: asistanto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈfamyləs/, /ˈfamylɵs/
Afbrekingfa·mu·lus
Geslachtmanlijk
Meervoudfamuli /ˈfamyli/

Vertalingen

Afrikaansassistent
Deensassistent
DuitsAssistent; Gehilfe; Helfer
Engelsadjunct; aid; assistant; helper
Esperantoasistanto
Fransadjoint
Hongaarsasszisztens
Italiaansassistente
Latijnassessor; auxiliator; minister
Maleispembantu
Papiamentsasistènt; yudadó
Portugeesassistente
SaterfriesAssistent
Spaansasistente; ayudante
Srananbakaman; yepiman
Thaisผู้ช่วย
Tsjechischpomocník
Turksasistan
Westerlauwers Friesassistint