Informatie over het woord emmer (Nederlands → Esperanto: sitelo)

Uitspraak/ˈɛmər/
Afbrekingem·mer
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudemmers

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
emmertjeemmertjes

Voorbeelden van gebruik

Dankbaar bracht hij de emmer omhoog en bracht het water naar de hut.
Daar is een emmer.

Vertalingen

Afrikaansemmer
Catalaansgalleda
Deensspand
DuitsEimer
Engelsbucket; pail
Esperantositelo
Faeröersspann
Finsämpäri
Fransseau
Italiaanssecchia; secchio
Latijnaqualis
Maleisember; baldi
Papiamentsèmer; hèmber; hèmchi
Portugeesbalde; caçamba
Russischведро
SaterfriesOmmer; Pusse; Schoabäkken; Skoabäkken
Schots-Gaelischcuman
Spaansbalde; cubo
Srananembre; emre
Tagalogbaldé
Thaisถัง
Tsjechischdžber; kbelík; vědro
Turksbakraç; kova
Westerlauwers Friesamer
Zweedsbytta; hink