Informatie over het woord Uhr (Duits → Esperanto: horloĝo)

Uitspraak/uːr/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefUhrUhren
GenitiefUhrUhren
DatiefUhrUhren
AccusatiefUhrUhren

Vertalingen

Albaneesorë
Catalaansrellotge
Deensur
Engelsclock
Esperantohorloĝo
Faeröersklokka; ur
Finskello
Franshorloge; pendule
Grieksρολόι
Hongaarsóra
IJslandsúr
Italiaansorologio
LuxemburgsAuer
Maleislonceng; loceng
Nederlandsklok; uurwerk
Noorsur
Papiamentsoloshi
Poolszegar
Portugeespêndulo; relógio
Roemeensceas
Russischчасы
SaterfriesKlokke
Spaansreloj
Srananoloysi
Swahilisaa
Thaisนาฬิกา
Tsjechischhodiny
Turkssaat
Welscloc
Zweedsklocka; ur