Informatie over het woord rollen (Nederlands → Esperanto: rulfari)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrɔlə(n)/
Afbrekingrol·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) rol(ik) rolde
(jij) rolt(jij) rolde
(hij) rolt(hij) rolde
(wij) rollen(wij) rolden
(gij) rolt(gij) roldet
(zij) rollen(zij) rolden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) rolle(dat ik) rolde
(dat jij) rolle(dat jij) rolde
(dat hij) rolle(dat hij) rolde
(dat wij) rollen(dat wij) rolden
(dat gij) rollet(dat gij) roldet
(dat zij) rollen(dat zij) rolden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
rolrolt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
rollend, rollende(hebben) gerold

Voorbeelden van gebruik

Hij rolde rustig een sigaret en ging zitten roken.

Vertalingen

Afrikaansdraai
Engelsroll
Esperantorulfari