Informatie over het woord uitkomen (Nederlands → Esperanto: rezulti)

Uitspraak/ˈœʏ̯tkomə(n)/
Afbrekinguit·ko·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kom uit(ik) kwam uit
(jij) komt uit(jij) kwam uit
(hij) komt uit(hij) kwam uit
(wij) komen uit(wij) kwamen uit
(gij) komt uit(gij) kwaamt uit
(zij) komen uit(zij) kwamen uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitkome(dat ik) uitkwame
(dat jij) uitkome(dat jij) uitkwame
(dat hij) uitkome(dat hij) uitkwame
(dat wij) uitkomen(dat wij) uitkwamen
(dat gij) uitkomet(dat gij) uitkwamet
(dat zij) uitkomen(dat zij) uitkwamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kom uitkomt uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitkomend, uitkomende(zijn) uitgekomen

Vertalingen

Catalaansresultar
Duitsresultieren
Engelsamount; result; pan out
Esperantorezulti
Fransaboutir; résulter
Portugeesredundar; resultar
Saterfriesresultierje
Spaansresultar; seguirse