Informatie over het woord helen (Nederlands → Esperanto: resaniĝi)

Uitspraak/ˈɦelə(n)/
Afbrekinghe·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) heelt(hij) heelde
(zij) helen(zij) heelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) hele(dat hij) heelde
(dat zij) helen(dat zij) heelden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
helend, helende(zijn) geheeld

Voorbeelden van gebruik

Haar pols was goed geheeld.

Vertalingen

Deenskomme sig
Duitsgenesen; heilen
Engelsheal
Esperantoresaniĝi
Fransguérir; recouvrer
Poolswyzdrowieć
Saterfriesbeeterje; ferheelje
Spaanssanar
Swahili‐pona
Tsjechischhojit; hojit se; léčit; léčit se; vyléčit
Westerlauwers Friesgenêze
Zweedshela