Informatie over het woord verlopen (Nederlands → Esperanto: regresi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vərˈlopə(n)/
Afbrekingver·lo·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) verloopt(hij) verliep
(zij) verlopen(zij) verliepen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) verlope(dat hij) verliepe
(dat zij) verlopen(dat zij) verliepen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verlopend, verlopende(zijn) verlopen

Vertalingen

Engelsfall back; regress; retrogress
Esperantoregresi
Fransreculer; rétrogader