Informatie over het woord kloppen (Nederlands → Esperanto: pulsi)

Uitspraak/ˈklɔpə(n)/
Afbrekingklop·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) klopt(hij) klopte
(zij) kloppen(zij) klopten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) kloppe(dat hij) klopte
(dat zij) kloppen(dat zij) klopten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kloppend, kloppende(hebben) geklopt

Vertalingen

Engelsbeat; pulsate; throb
Esperantopulsi
Latijnpalpitare
Portugeespalpitar; pulsar
Zweedspulsera