Informatie over het woord uitdragen (Nederlands → Esperanto: propagandi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) draag uit(ik) droeg uit
(jij) draagt uit(jij) droeg uit
(hij) draagt uit(hij) droeg uit
(wij) dragen uit(wij) droegen uit
(gij) draagt uit(gij) droegt uit
(zij) dragen uit(zij) droegen uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitdrage(dat ik) uitdroege
(dat jij) uitdrage(dat jij) uitdroege
(dat hij) uitdrage(dat hij) uitdroege
(dat wij) uitdragen(dat wij) uitdroegen
(dat gij) uitdraget(dat gij) uitdroeget
(dat zij) uitdragen(dat zij) uitdroegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
draag uitdraagt uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitdragend, uitdragende(hebben) uitgedragen

Vertalingen

Afrikaanspropageer
Catalaansfer propaganda
Engelspromote; propagate; push; spread
Esperantopropagandi
Faeröersgeva upplýsing; mæla fyri
Franspropager
Papiamentspropagá
Portugeesfazer propaganda de