Informatie over het woord Winter (Duits → Esperanto: vintro)

Uitspraak/ˈvɪntər/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefWinterWinter
GenitiefWintersWinter
DatiefWinterWintern
AccusatiefWinterWinter

Voorbeelden van gebruik

Mit uns kommen Sie gut durch den Winter!

Vertalingen

Afrikaanswinter
Albaneesdimër
Catalaanshivern
Deensvinter
Engelswinter
Engels (Oudengels)winter
Esperantovintro
Faeröersvetur
Finstalvi
Franshiver
Grieksχειμώνας
Hongaarstél
IJslandsvetur
Italiaansinverno
Latijnhibernum; hiems
LuxemburgsWanter
Nederlandswinter
Noorsvinter
Papiamentsinvierno; tempu di friu; wenter
Poolszima
Portugeesinverno
Roemeensiarnă
Russischзима
SaterfriesWinter
Spaansinvierno
Tsjechischzima
Turkskış
Westerlauwers Frieswinter
Zweedsvinter