Informatie over het woord nadenken (Nederlands → Esperanto: pripensi)

Uitspraak/ˈnadɛŋkə(n)/
Afbrekingna·den·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) denk na(ik) dacht na
(jij) denkt na(jij) dacht na
(hij) denkt na(hij) dacht na
(wij) denken na(wij) dachten na
(gij) denkt na(gij) dacht na
(zij) denken na(zij) dachten na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nadenke(dat ik) nadachte
(dat jij) nadenke(dat jij) nadachte
(dat hij) nadenke(dat hij) nadachte
(dat wij) nadenken(dat wij) nadachten
(dat gij) nadenket(dat gij) nadachtet
(dat zij) nadenken(dat zij) nadachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
denk nadenkt na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nadenkend, nadenkende(hebben) nagedacht

Voorbeelden van gebruik

Op weg naar huis heb ik nagedacht.
De professor dacht diep na.
Dan kunt u er nog eens over nadenken.
Ik ga maar eens een eindje wandelen om erover na te denken.

Vertalingen

Afrikaansbedink; hom besin; oorweeg; wik; dink; nadink
Catalaansmeditar; reflexionar; rumiar
Deenssynes
Duitsbedenken; sich überlegen; sinnen; nachdenken
Engelsreflect; think
Esperantopripensi
Fransréfléchir
Poolsprzemyśleć
Portugeespensar; refletir
Saterfriesbetoanke; sik uurlääse
Spaansmeditar; reflexionar
Zweedsbegrunda; besinna; betänka; övertänka