Informatie over het woord voorbijschuiven (Nederlands → Esperanto: preterŝoviĝi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schuif voorbij(ik) schoof voorbij
(jij) schuift voorbij(jij) schoof voorbij
(hij) schuift voorbij(hij) schoof voorbij
(wij) schuiven voorbij(wij) schoven voorbij
(gij) schuift voorbij(gij) schooft voorbij
(zij) schuiven voorbij(zij) schoven voorbij
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) voorbijschuive(dat ik) voorbijschove
(dat jij) voorbijschuive(dat jij) voorbijschove
(dat hij) voorbijschuive(dat hij) voorbijschove
(dat wij) voorbijschuiven(dat wij) voorbijschoven
(dat gij) voorbijschuivet(dat gij) voorbijschovet
(dat zij) voorbijschuiven(dat zij) voorbijschoven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schuif voorbijschuift voorbij
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
voorbijschuivend, voorbijschuivende(zijn) voorbijgeschoven

Vertalingen

Esperantopreterŝoviĝi
Portugeespassar deslizando