Informatie over het woord Grund (Duits → Esperanto: fundo)

Uitspraak/ɡrʊnt/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefGrundGründe
GenitiefGrunds, GrundesGründe
DatiefGrund, GrundeGründen
AccusatiefGrundGründe

Voorbeelden van gebruik

Endlich erreichten sie den Grund des Schlucht.

Vertalingen

Afrikaansagtergrond
Albaneesfund
Catalaansfons
Deensgrund
Engelsbottom; ground
Engels (Oudengels)botm
Esperantofundo
Faeröersbak; baksýni; botnur
Finspohja
Fransfond
Hongaarsalja
Italiaansfondo
LuxemburgsGrond; Ënnergrond
Nederlandsachtergrond; bodem; grond; ondergrond
Papiamentsbòm; fòndo
Portugeesfundo
SaterfriesBoudem; Gruund
Schots-Gaelischmàs
Spaansfondo; hondura
Turksasıl; dip; kıç
Westerlauwers Friesboaiem
Zweedsbotten; grund