Informatie over het woord verdikken (Nederlands → Esperanto: plidikigi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verdik(ik) verdikt
(jij) verdikt(jij) verdikt
(hij) verdikt(hij) verdikt
(wij) verdikken(wij) verdikten
(gij) verdikt(gij) verdikt
(zij) verdikken(zij) verdikten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verdikke(dat ik) verdikte
(dat jij) verdikke(dat jij) verdikte
(dat hij) verdikke(dat hij) verdikte
(dat wij) verdikken(dat wij) verdikten
(dat gij) verdikket(dat gij) verdiktet
(dat zij) verdikken(dat zij) verdikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verdikverdikt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verdikkend, verdikkende(hebben) verdikt

Vertalingen

Duitsdicker machen
Engelsthicken
Esperantoplidikigi
Fransgrossir
Portugeesavolumar
Saterfriestjukker moakje