Informatie over het woord aandikken (Nederlands → Esperanto: plidikigi)

Uitspraak/ˈandɪkə(n)/
Afbrekingaan·dik·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) dik aan(ik) dikte aan
(jij) dikt aan(jij) dikte aan
(hij) dikt aan(hij) dikte aan
(wij) dikken aan(wij) dikten aan
(gij) dikt aan(gij) diktet aan
(zij) dikken aan(zij) dikten aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aandikke(dat ik) aandikte
(dat jij) aandikke(dat jij) aandikte
(dat hij) aandikke(dat hij) aandikte
(dat wij) aandikken(dat wij) aandikten
(dat gij) aandikket(dat gij) aandiktet
(dat zij) aandikken(dat zij) aandikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dik aandikt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aandikkend, aandikkende(hebben) aangedikt

Vertalingen

Duitsdicker machen
Engelsthicken
Esperantoplidikigi
Fransgrossir
Portugeesavolumar
Saterfriestjukker moakje