Informatie over het woord dartelen (Nederlands → Esperanto: petoli)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdɑrtələ(n)/
Afbrekingdar·te·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) dartel(ik) dartelde
(jij) dartelt(jij) dartelde
(hij) dartelt(hij) dartelde
(wij) dartelen(wij) dartelden
(gij) dartelt(gij) darteldet
(zij) dartelen(zij) dartelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) dartele(dat ik) dartelde
(dat jij) dartele(dat jij) dartelde
(dat hij) dartele(dat hij) dartelde
(dat wij) dartelen(dat wij) dartelden
(dat gij) dartelet(dat gij) darteldet
(dat zij) dartelen(dat zij) dartelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
darteldartelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dartelend, dartelende(hebben) gedarteld

Voorbeelden van gebruik

Toen werden er handharpoenen gesmeed om daarmee te trachten bruinvissen te vangen, die telkens in groten getale voor de boeg dartelden.

Vertalingen

Catalaansentremaliejar; guimbar; joguinejar; saltironejar
Duitsherumtollen; mutwillig sein; tändeln; übermütig sein
Engelsfrolic
Esperantopetoli
Fransbatifoler; fôlatrer; gambader; s’amuser; s’ébattre
Portugeesfazer travessuras; garotar; traquinar
Russischбаловаться
Saterfriesbalskje; jachterje
Spaansjuguetear; loquear; retozar