Informatie over het woord aanvragen (Nederlands → Esperanto: peti)

Uitspraak/ˈanvraɣə(n)/
Afbrekingaan·vra·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vraag aan(ik) vroeg aan, vraagde aan
(jij) vraagt aan(jij) vroeg aan, vraagde aan
(hij) vraagt aan(hij) vroeg aan, vraagde aan
(wij) vragen aan(wij) vroeg aan, vraagden aan
(gij) vraagt aan(gij) vroegt aan, vraagdet aan
(zij) vragen aan(zij) vroeg aan, vraagden aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanvrage(dat ik) aanvroeg, aanvraagde
(dat jij) aanvrage(dat jij) aanvroeg, aanvraagde
(dat hij) aanvrage(dat hij) aanvroeg, aanvraagde
(dat wij) aanvragen(dat wij) aanvroegn, aanvraagden
(dat gij) aanvraget(dat gij) aanvroegt, aanvraagdet
(dat zij) aanvragen(dat zij) aanvroegn, aanvraagden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vraag aanvraagt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanvragend, aanvragende(hebben) aangevraagd

Voorbeelden van gebruik

Op 3 mei 2011 heeft u een WW‐uitkering aangevraagd, omdat u geen werk meer heeft.
Twee schuldeisers hebben het persoonlijk faillissement van Moszkowicz aangevraagd.

Vertalingen

Afrikaansvra; aanvra
Albaneeskërkoj
Catalaansdemanar
Deensbede
Duitsbitten; ersuchen
Engelsapply for; ask for
Engels (Oudengels)biddan
Esperantopeti
Faeröersbiðja; biðja um
Finspyytää
Fransdemander; prier
Grieksαιτώ
Grieks (Oudgrieks)αἰτέω
IJslandsbiðja; biðja um
Italiaanschiedere
Jiddischבעטן
Latijnpetere; rogare
Papiamentssuplicá
Poolsprosić
Portugeespedir
Roemeenscere
Saterfriesanhoolde; bidje
Spaanspedir; rogar
Srananbegi
Swahili‐omba
Thaisขอ; ชวน
Westerlauwers Friesfersykje; freegje
Zweedsbedja; anmoda; ansöka