Informatie over het woord vader (Nederlands → Esperanto: patro)

Uitspraak/ˈvadər/
Afbrekingva·der
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudvaders, vaderen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
vadertjevadertjes

Voorbeelden van gebruik

Zeg jij dat tegen een vader van veertien kinderen?
„Zeker, vader,” antwoordden de prinsen, „maar dat hebben we juist niet.”
Weet je dat jij steeds meer op je vader gaat lijken?
Het is een saaie boel in uw vaders huis.
Zij waren kennelijk vader en zoon.
Vader Knud was een zachtaardig man, geboren in een van deze huisjes, die al sinds lang de ogen sloot voor wat volgens hem onbelangrijke kleine zonden waren die het naargeestige leven van zijn kudde een beetje opvrolijkten.
Bij zijn aankomst werd de heilige vader langdurig toegejuicht.
Wat goed genoeg was voor mijn vader, is goed genoeg voor mij.
Al die andere vaders zijn het ook zonder enige reden!

Vertalingen

Afrikaanspa; vader
Albaneesbaba; atë
Catalaanspare
Deensfader
DuitsVater
Engelsfather; sire
Engels (Oudengels)fæder
Esperantopatro
Faeröersfaðir
Finsisä
Franspère
Grieksπάτερ; πατέρας; πατήρ
Hawaiaansmakuakāne
Hongaarsatya
IJslandsfaðir
Italiaanspadre
Jiddischטאַטע; פֿאָטער
Latijnpater
LuxemburgsPapp; Pappa
Maleisbapak; ayahanda; ayah; bapa; rama
Noorsfar; pappa
Papiamentspapa; tata
Poolsojciec
Portugeespai
Russischотец
SaterfriesBaabe; Foar; Poater; Poater
Schots-Gaelischathair
Spaanspadre
Srananpapa; p'pa; tata; p’pa; pa
Swahilibaba
Thaisบาทหลวง; พ่อ
Tsjechischotec
Turksbaba; ata
Welstad
Westerlauwers Friesheit
Zweedsfader; far