Informatie over het woord babili

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingba·bil·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdbabilas
Verleden tijdbabilis
Toekomende tijdbabilos
 
Voorwaardelijke wijs
babilus
 
Gebiedende wijs
babilu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdbabilanta
Verleden tijdbabilinta
Toekomende tijdbabilonta

Vertalingen

Catalaansgarlar; xerrar
Deenssludre; snakke
Duitsplaudern; plautschen; schwatzen; schwätzen
Engelsbabble; chat; chatter; yabber; yak; kibitz
Faeröerspráta; tosa
Finslörpötellä
Fransbabiller; bavarder; causer; faire la causette; jacasser; jaser; papoter
Hongaarscseveg; fecseg
IJslandsblaðra; masa
Italiaanschiacchierare
Maleismengobrol
Nederlandsbabbelen; keuvelen; kouten; praten
Noorsskravle
Poolsgawędzić
Portugeesgrulhar; palrar; parolar; tagarelar
Russischболтать
Saterfriesflääre; kalwerje; kauelje; koolje; rüüljr; snaffelje
Spaanscharlar
Thaisคุย
Tsjechischklábosit; tlachat; žvanit
Zweedsprata; snacka