Informatie over het woord aanmanen (Nederlands → Esperanto: pagadmoni)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈamanə(n)/
Afbrekingaan·ma·nen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maan aan(ik) maande aan
(jij) maant aan(jij) maande aan
(hij) maant aan(hij) maande aan
(wij) manen aan(wij) maanden aan
(gij) maant aan(gij) maandet aan
(zij) manen aan(zij) maanden aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanmane(dat ik) aanmaande
(dat jij) aanmane(dat jij) aanmaande
(dat hij) aanmane(dat hij) aanmaande
(dat wij) aanmanen(dat wij) aanmaanden
(dat gij) aanmanet(dat gij) aanmaandet
(dat zij) aanmanen(dat zij) aanmaanden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maan aanmaant aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanmanend, aanmanende(hebben) aangemaand

Vertalingen

Engelsdun
Esperantopagadmoni
Westerlauwers Friesoanmoanje