Informatie over het woord inkepen (Nederlands → Esperanto: noĉi)

Uitspraak/ˈɪŋkepə(n)/
Afbrekingin·ke·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) keep in(ik) keepte in
(jij) keept in(jij) keepte in
(hij) keept in(hij) keepte in
(wij) kepen in(wij) keepten in
(gij) keept in(gij) keeptet in
(zij) kepen in(zij) keepten in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) inkepe(dat ik) inkeepte
(dat jij) inkepe(dat jij) inkeepte
(dat hij) inkepe(dat hij) inkeepte
(dat wij) inkepen(dat wij) inkeepten
(dat gij) inkepet(dat gij) inkeeptet
(dat zij) inkepen(dat zij) inkeepten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
keep inkeept in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inkepend, inkepende(hebben) ingekeept

Vertalingen

Afrikaanskerf
Esperantonoĉi