Informatie over het woord uitmalen (Nederlands → Esperanto: mueldreni)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maal uit(ik) maalde uit
(jij) maalt uit(jij) maalde uit
(hij) maalt uit(hij) maalde uit
(wij) malen uit(wij) maalden uit
(gij) maalt uit(gij) maaldet uit
(zij) malen uit(zij) maalden uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitmale(dat ik) uitmaalde
(dat jij) uitmale(dat jij) uitmaalde
(dat hij) uitmale(dat hij) uitmaalde
(dat wij) uitmalen(dat wij) uitmaalden
(dat gij) uitmalet(dat gij) uitmaaldet
(dat zij) uitmalen(dat zij) uitmaalden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maal uitmaalt uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitmalend, uitmalende(hebben) uitgemaald

Vertalingen

Esperantomueldreni