Informatie over het woord bespotten (Nederlands → Esperanto: moki)

Uitspraak/bəˈspɔtə(n)/
Afbrekingbe·spot·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bespot(ik) bespotte
(jij) bespot(jij) bespotte
(hij) bespot(hij) bespotte
(wij) bespotten(wij) bespotten
(gij) bespot(gij) bespottet
(zij) bespotten(zij) bespotten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bespotte(dat ik) bespotte
(dat jij) bespotte(dat jij) bespotte
(dat hij) bespotte(dat hij) bespotte
(dat wij) bespotten(dat wij) bespotten
(dat gij) bespottet(dat gij) bespottet
(dat zij) bespotten(dat zij) bespotten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bespotbespot
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bespottend, bespottende(hebben) bespot

Vertalingen

Afrikaansspot
Catalaansburlar‐se de; ridiculitzar amb menyspreu; riure’s de
Deensspotte
Duitsäffen; foppen; spotten; verspotten
Engelsjeer; mock
Esperantomoki
Faeröersháða
Finspilkata
Fransbafouer
Italiaansbeffare; burlare; prendere in giro
Latijnilludere
Poolsszydzić
Portugeescaçoar; escarnecer; zombar
Saterfriesfäksierje; fopje; naarje; oapje
Spaansburlarse; mofarse
Srananspotu
Tsjechischposmívat se
Zweedshåna