Informatie over het woord Schlag (Duits → Esperanto: frapo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefSchlagSchläge
GenitiefSchlags, SchlagesSchläge
DatiefSchlag, SchlageSchlägen
AccusatiefSchlagSchläge

Vertalingen

Engelsblow; hit; knock; strike; stroke
Esperantofrapo
Franscoup
Nederlandsklap; klets; klop; slag; tik; veeg
SaterfriesAnsleek