Informatie over het woord Abschluß (Duits → Esperanto: fino)

Uitspraak/ˈapʃlʊs/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefAbschluß
GenitiefAbschlusses
DatiefAbschluß, Abschlusse
AccusatiefAbschluß

Vertalingen

Afrikaansbeëindiging; einde; ent
Catalaansfi
Deensende
Engelsconclusion
Engels (Oudengels)ende
Esperantofino
Faeröersendi
Finsloppu
Fransbout; fin
Grieksτέλος
Italiaansfine
Latijnfinis
LuxemburgsEnn
Maleisakhir
Nederlandsbeëindiging; besluit; eind; einde; end; afsluiting
Noorsslutt
Papiamentsfin
Poolskoniec
Portugeesconclusão; fim
Roemeenssfârșit
Russischконец
SaterfriesEend; Eende
Schots-Gaelischceann; crìoch
Spaansconclusión; fin; final; término
Sranankaba
Swahilimwisho
Tsjechischcíl; konec; mez; ukončení
Westerlauwers Friesein
Zweedsslut; ända; ände