Informatie over het woord affix (Engels → Esperanto: alfiksi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈfɪks/, /ˈæfɪks/
Afbrekingaf·fix
Shaw‐alfabet𐑩𐑓𐑦𐑒𐑕

Vertalingen

Afrikaansaanheg
Duitsanbringen; anstecken; aufspannen; aufstecken; befestigen; einspannen; festbinden; festmachen; festspannen; verankern
Esperantoalfiksi
Latijnaffigere
Nederlandsaanhechten
Thaisติด