Informatie over het woord plaatsen (Nederlands → Esperanto: loki)

Uitspraak/ˈplatsə(n)/
Afbrekingplaat·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) plaats(ik) plaatste
(jij) plaatst(jij) plaatste
(hij) plaatst(hij) plaatste
(wij) plaatsen(wij) plaatsten
(gij) plaatst(gij) plaatstet
(zij) plaatsen(zij) plaatsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) plaatse(dat ik) plaatste
(dat jij) plaatse(dat jij) plaatste
(dat hij) plaatse(dat hij) plaatste
(dat wij) plaatsen(dat wij) plaatsten
(dat gij) plaatset(dat gij) plaatstet
(dat zij) plaatsen(dat zij) plaatsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
plaatsplaatst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
plaatsend, plaatsende(hebben) geplaatst

Vertalingen

Afrikaansplaas
Duitslegen; stellen
Engelslocate; place; position; set
Esperantoloki
Fransplacer; poser; situer
Portugeesacomodar; colocar
Saterfrieslääse; staale
Spaansacomodar; situar
Tsjechischdát; položit; postavit; umístit
Westerlauwers Frieslizze