Informatie over het woord aansluiten (Nederlands → Esperanto: ligi)

Uitspraak/ˈanslœʏ̯tə(n)/
Afbrekingaan·slui·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) sluit aan(ik) sloot aan
(jij) sluit aan(jij) sloot aan
(hij) sluit aan(hij) sloot aan
(wij) sluiten aan(wij) sloten aan
(gij) sluit aan(gij) sloot aan
(zij) sluiten aan(zij) sloten aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aansluite(dat ik) aanslote
(dat jij) aansluite(dat jij) aanslote
(dat hij) aansluite(dat hij) aanslote
(dat wij) aansluiten(dat wij) aansloten
(dat gij) aansluitet(dat gij) aanslotet
(dat zij) aansluiten(dat zij) aansloten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sluit aansluit aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aansluitend, aansluitende(hebben) aangesloten

Vertalingen

Afrikaansbind; vasbind
Catalaanslligar
Deensbinde
Duitsbinden; verbinden
Engelsconnect; join; link
Engels (Oudengels)bindan
Esperantoligi
Faeröersbinda
Finssitoa
Fransattacher; nouer; relier
Italiaanslegare
Jiddischבינדן
Latijnligare
Luxemburgsbannen
Maleisikat; mengikat
Noorsbinde; knyte
Poolsłączyć; wiązać
Portugeesamarrar; atar; ligar
Russischвязать; связывать
Saterfriesbiende; ferbiende
Schots-Gaelischceangail
Spaansatar; ligar
Sranantay
Thaisต่อ; ผูก
Tsjechischpřipojit; sloučit; spojit; spojovat; svázat; vázat; zavázat
Turksbağlamak
Westerlauwers Friesferbine; bine
Zweedsbinda; snöra