Informatie over het woord preĝejo

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingpreĝ·ej·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefpreĝejopreĝejoj
Accusatiefpreĝejonpreĝejojn

Vertalingen

Afrikaansbedehuis; kerk
Catalaanseslésia; església
Deenskirke
DuitsKirche; Kirchengebäude
Engelschurch; church‐building; house of worship; mosque; place of worship; synagogue; temple
Engels (Oudengels)cirice
Faeröerskirkja
Finskirkko
Franséglise
Grieksεκκλησία; ναός
Hongaarstemplom
Italiaanschiesa
Latijnecclesia
LuxemburgsKrech; Kierch
Maleisgereja
Nederlandsbedehuis; godshuis; kerk; kerkgebouw; moskee; synagoge; synagoog; tempel; gebedshuis; bidplaats; gebedsplaats
Noorskirke
Papiamentskerki; misa
Poolskościół
Portugeescasa de oração; igreja; templo
Roemeensbiserică
SaterfriesSäärke
Schots-Gaelischeaglais
Spaansiglesia
Sranangado-oso; kerki
Swahilikanisa
Tagalogsimbahan
Thaisโบส; โบสถ์
Tsjechischcírkev; chrám; kostel
Welseglwys
Westerlauwers Friestsjerke
Zweedskyrka