Informatie over het woord gunnen (Nederlands → Esperanto: aljuĝi)

Uitspraak/ˈɣɵnə(n)/
Afbrekinggun·nen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) gun(ik) gunde
(jij) gunt(jij) gunde
(hij) gunt(hij) gunde
(wij) gunnen(wij) gunden
(gij) gunt(gij) gundet
(zij) gunnen(zij) gunden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) gunne(dat ik) gunde
(dat jij) gunne(dat jij) gunde
(dat hij) gunne(dat hij) gunde
(dat wij) gunnen(dat wij) gunden
(dat gij) gunnet(dat gij) gundet
(dat zij) gunnen(dat zij) gunden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
gungunt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
gunnend, gunnende(hebben) gegund

Vertalingen

Afrikaanstoewys; toeken
Duitsverleihen; zuerkennen; Zuschlag erteilen; zuschreiben; zusprechen
Engelsadjudge; award; bestow
Esperantoaljuĝi
Saterfriestoukanne; Tousleek reeke